Woensdagmiddag om vier uur zet ik mijn fiets tegen Het Open Huis in Schalkwijk. Op het plein is een groep kinderen aan het voetballen. Binnen dansen drie meisjes voor de spiegel in de gang, terwijl een paar ouders bijkletsen in de koffieruimte. Vanuit de keuken komen heerlijke geuren me tegemoet: vanavond eten ruim honderd mensen hier samen een maaltijd. Maar ik kom voor iets anders. Achterin de gang is het lokaal van de huiswerkbegeleiding. Al tien jaar lang kunnen kinderen uit de wijk hier terecht voor hulp bij hun schoolwerk, dankzij een team van toegewijde vrijwilligers.

Investeren in kinderen
Een van hen is Hans van Bezooijen, jongerenevangelist onder de naam Building Daddy’s Home. Hij raakte via Youth for Christ Haarlem betrokken bij de huiswerkbegeleiding toen er een groot tekort was aan vrijwilligers. ‘Op dat moment heb ik besloten om in te stappen, want dit werk is zó belangrijk! We investeren in kinderen, van wie de ouders reguliere huiswerkbegeleiding niet kunnen betalen, maar die het wel hard nodig hebben. Hun ouders zijn het Nederlands vaak niet machtig genoeg om te kunnen helpen met het huiswerk. En ondertussen krijgen ze dat wel gewoon mee van school. Dus nu mogen wij ze helpen. Voor mij als jongerenwerker en evangelist is dit bovendien een mooi middel om met veel families in contact te komen. Je helpt een kind, maar de familie daaromheen is jou dankbaar. Als christenen willen wij deze wijk dienen. Het maakt mij dan niet zoveel uit op welke manier, als we Jezus’ liefde maar praktisch maken. Op dit gebied zagen we een behoefte, dus daar proberen we van dienst te zijn.’

Ik ontmoet  Mina*, een meisje van tien jaar, en haar moeder. Zij bezoeken de huiswerkbegeleiding wekelijks en willen mij er meer over vertellen. De ouders van Mina zijn van Afghaanse afkomst. Zij voelen zich met hun kinderen goed thuis in Schalkwijk. Het is een leuke buurt met veel kinderen, vertelt Mina. Alleen had haar moeder het liever iets gemengder gezien: doordat er nu voornamelijk ‘buitenlanders’ in de wijk wonen, maakt haar gezin weinig kennis met ‘autochtone’ Nederlanders. Dat vindt ze jammer.

Het Open Huis betekent veel voor zowel Mina als haar moeder, alleen al omdat ze er veel mensen ontmoeten. Voor de huiswerkbegeleiding zijn ze vooral erg dankbaar. Het heeft zichtbaar resultaat: Mina merkt dat het beter gaat op school. Ook haar moeder ziet de vooruitgang. Op school vraagt Mina soms zelfs om huiswerk, zodat ze dit in Het Open Huis kan maken. Ze is bijzonder gemotiveerd. Met de juffen en meesters in Het Open Huis is Mina blij: ‘Ze zijn vaak heel aardig en lief.’ De huiswerkbegeleiding wordt ook steeds beter. Er zijn nu zelfs chromebooks (een budgetvriendelijk alternatief voor een Windows laptop) beschikbaar en er wordt nagedacht over afschermplaten voor op de tafels, zodat de kinderen elkaar niet afleiden. Maar Mina hoopt vooral dat er meer huiswerkbegeleiders komen, want nu moet ze soms lang wachten voordat iemand tijd heeft om haar vragen te beantwoorden.

Geloof delen
Voor de moeder van Mina is de christelijke achtergrond van de huiswerkbegeleiding absoluut geen probleem. ‘Het is prachtig dat mensen elkaar helpen! Dat leer ik ook altijd aan mijn kinderen: christen of moslim, wit of zwart, rijk of arm, we willen iedereen helpen.’
Reageren alle islamitische wijkbewoners zo positief op het initiatief van Het Open Huis? Hans: ‘Binnen de islamitische gemeenschap wordt veel met elkaar gedeeld en soms ook gewaarschuwd voor ons. De kinderen komen in een kerk en krijgen les van christenen. Hoe weet je of zij de kinderen niet proberen te bekeren? Maar anderen zeggen dan weer: deze mensen doen zulk mooi werk, daar hoef je niet bang voor te zijn. Bij de huiswerkbegeleiding doen wij trouwens nooit de bijbel open en we beginnen niet over het geloof. Ouders weten dit en vertrouwen ons.’

Op het plein, waar Hans met de kinderen sport, deelt hij het geloof wel. ‘Dan zie ik vaak een reactie uit angst, bijvoorbeeld bij ouders van Eritrese afkomst. Als ik verhalen uit de bijbel deel, halen moeders hun kinderen weg. Ze zijn bang dat hun kinderen verkeerde informatie krijgen. Ik heb weleens gedacht: als ze er bang van worden, dan moeten we het niet doen. Maar ik vond het ook belangrijk om de reden van de angst te achterhalen. Dus ben ik naar ze toe gegaan om het te vragen. En wat vertelden ze nou? Eigenlijk dezelfde reden als bij de huiswerkbegeleiding: ze zijn de taal niet machtig. Hun kinderen horen verhalen, en die komen met vragen over die verhalen naar hun ouders, die de ouders vervolgens niet kunnen beantwoorden. Ze kunnen ook de koran vaak niet zelf lezen. Ze zijn bang dat hun kinderen met vragen komen, of een God ontdekken, waarover zij niets kunnen uitleggen. Dus halen ze hun kinderen liever weg bij mijn verhaal.’

‘Met huiswerkbegeleiding planten we zaadjes, maar we weten: God is al lang met die mensen bezig. Er is een moment geweest dat ik nooit meer vergeet. Een meisje dat naar de koranschool gaat en ook op een islamitische basisschool zit, volgde les bij ons. Op een dag kwam ze naar me toe, en vertelde dat ze volgens een vriendinnetje in de hemel zou komen als ze in Jezus geloofde. Ze vroeg me: klopt dat? Toen heb ik haar mogen uitleggen dat de profeet Isa Jezus is en dat het inderdaad klopt dat je gered wordt als je in hem gelooft. Toen dacht ik echt: wauw. Ik hoef er alleen maar te zijn en huiswerkbegeleiding te geven, en God geeft me op een ander moment de gelegenheid om te praten over het geloof.’

Er rest mij nog een laatste vraag: worden er nog vrijwilligers gezocht voor de huiswerkbegeleiding? ‘Ja, dat zou echt heel gaaf zijn. Er komen op dit moment eigenlijk meer kinderen dan we aankunnen. We zouden het aantal plaatsen graag willen uitbreiden.’

* Mina is een gefingeerde naam in verband met haar privacy.

© 2020 Geloven in de Stad

Volg Geloven in de Stad: